5 tips voor (nóg) betere foto's in de bergen

Tijdens de Arc'teryx Alpine Academy 2018 in Chamonix afgelopen juli, volgde buitenmens Jelrik Beerkens een tweedaagse fotografiecursus. Deze werd gegeven door de vaste fotograaf van Arc'teryx. Lucky us: Jelrik deelt de vijf beste tips die hij daar leerde met ons (en jullie).

Jelrik Beerkens: 'Zo maak je het beste foto's in de bergen'

De fotografiecursus die ik volgde tijdens de Arc'teryx Alpine Academy 2018 werd geleid door Angela Percival. Zij is al dertien jaar de vaste fotograaf voor Arc’terycx en maakt geweldige foto’s. Het was een voorrecht dat Angela twee dagen lang haar kennis en ervaring wilde delen met mij en de andere cursisten. Maar voor de mensen die daar niet bij waren: niet getreurd! Want hier komen de vijf beste tips die ik van haar kreeg.

1. Gebruik de A-stand (aperture/diafragma)

Angela had een interessant advies voor de fotograaf die nog gewend is de automatische stand van de camera te gebruiken. Zij adviseerde ons om vooral de A-stand (aperture/diafragma) te gebruiken. Daarmee regel je in eerste instantie de scherptediepte, dus het gebied in de diepte waar de foto scherp is.

 

In onderstaande foto zie je niet alleen dat de klimmer en het touw scherp zijn, en de bergen op de achtergrond mooi onscherp zijn... Als je goed kijkt zie je dat de linkerhand al niet meer helemaal scherp is. Het scherptedieptegebied is dus relatief klein. Oftewel: een groot diafragma, een klein f-getal, in dit geval f/5,6. Behalve de scherptediepte regel je met de diafragma-instelling ook de hoeveelheid licht die op de sensor valt. In het kort: bij een klein f-getal heb je een grote diafragmaopening en een klein scherptedieptegebied.

50 mm, 1/800s, f/5.6, ISO100

2. Denk in lagen

Een belangrijke manier om je foto interessant te maken is door te proberen meerdere lagen in je foto op te nemen. Als je naar een wat hoger punt in de bergen gaat dat vaak wat makkelijker. Simpelweg omdat je een heel rijk uitzicht hebt. Mits het weer meewerkt 😉. Maar vergeet daarbij vooral de voorgrond niet.


In onderstaande foto zie je op de voorgrond een prachtig wit sneeuwveld met daarop twee klimmers, daar achter zie je eerst rotsen (met sneeuw), dan een laag bewolking, daar achter weer een rots graat en dan nog de staalblauwe lucht.

24 mm, 1/3200s, f/4.5, ISO100

3. Gebruik het licht op het juiste moment van de dag

Gedurende de dag verandert de kleur, maar ook de kracht en felheid van het licht. Belangrijk om rekening mee te houden. ’s Ochtends vroeg, net na zonsopkomst, heb je prachtig mooi, overwegend blauw, licht. ’s Avonds een paar uur voor zonsondergang trouwens ook. In de middag heb je juist heel fel, helder en krachtig licht. Dit is doorgaans niet bruikbaar, omdat daardoor al snel het contrastbereik van je sensor niet toereikend is waardoor je snel teveel detail verliest.


Onderstaande foto is gemaakt op de flanken van de Mont Blanc du Tacul op zo’n 3800 meter hoogte, om 5.51 uur (begin augustus).

16 mm, 3/10s, f/9, ISO800

4. Gebruik de momenten tussen de scènes in

Bij een fotosessie waarbij je iemand probeert te portretteren, geef je het model meestal wat instructies. In de tussentijd probeer je als fotograaf zelf het juiste perspectief te vinden om de foto te schieten. Maar: ook tussen deze momenten door gebeurt er vaak veel interessants. Soms worden er tijdens deze momenten grappen gemaakt en vaak ontspant het model dan meer dan tijdens de ‘echte’ fotomomenten. Precies dié momenten zijn de beste voor een goed portret.

 

Zoals bij de foto hieronder: het model Paolo, moest hier even een paar seconden wachten op de fotograaf die de juiste camera-instellingen probeert te vinden. Hij pakte het moment om even ongegeneerd te gapen. Precies toen maakte ik deze foto.

16 mm, 1/1250s, f/4.5, ISO100

5. Probeer welke ISO-stand nog acceptabel is voor jouw camera

ISO is een mooi, digitaal, trucje om de gevoeligheid van de sensor te regelen. Bij weinig licht kun je de ISO-waarde opschroeven om je foto lichter te krijgen. Daardoor hoef je de sluitertijd niet nóg langer te maken, waardoor bewegingsonscherpte minder snel op de loer licht. Alleen: hier zit een keerzijde aan. Bij een hogere ISO-waarde wordt de kans op ruis in de foto groter. Bij de foto’s die we overdag schoten heb ik de ISO zo laag mogelijk gehouden. Logisch, want overdag is er buiten meer dan genoeg licht, zeker als de zon schijnt.

 

’S avonds, bij zonsondergang, is er natuurlijk veel minder licht, dus kun je de ISO-waarde wat op gaan schroeven. Bij onderstaande foto heb ik de ISO-waarde op 250 ingesteld. En daarnaast de diafragmaopening zo groot mogelijk gehouden (f/3.5) om zodoende de sluitertijd kort te houden. Het touw dat door de klimmer in de lucht wordt gegooid 'bevriest' daardoor in de lucht.

16 mm, 1/640s, f/3.5, ISO250

Tekst en fotografie: door Jelrik Beerkens  

Zo, dat waren ze. Ben je helemaal enthousiast om de tips uit te proberen met je camera, maar niet zo gek op sneeuw? Op deze vijf rustige Nederlandse stranden waar je niemand tegenkomt kun je ook jouw camera volschieten. Niet vergeten: tag ons (@bevernl) in je mooiste foto en gebruik #buitenisnooitverweg. Wie weten zie je jouw foto terug bij op ons op Instagram!